Na een date geeft een vrouw aan het daarbij te willen laten. Maar de man neemt daar geen genoegen mee en blijft contact zoeken. Het gaat van kwaad tot erger, tot een contactverbod aan toe. Wat doe je als iemand zelfs met een contactverbod blijft doorgaan, maar niet eerder met justitie in aanraking is geweest? Laat je iemand in voorlopige hechtenis plaatsen of wacht je toch het onderzoek af? Officier van justitie Karima Hara houdt zich bezig met zaken die eenvoudig lijken, maar grote zorgen met zich meebrengen.

Je visie blijven toetsen
"Mijn aandachtsgebied is de interventiepraktijk. Ik onderzoek delicten zoals diefstal, belaging, brandstichting en mishandeling. Dat lijken op het oog misschien eenvoudige zaken. Er is een duidelijk aan te wijzen strafbaar feit met een bijbehorende strafmaat. Maar elke zaak is anders en verdient de benodigde aandacht. Wil ik de zaak naar zitting brengen? Is er nieuwe informatie? Ben ik nog objectief genoeg? Ik blijf mijn visie op de zaak constant toetsen." 

Zaken zoals belaging die met een paar vervelende berichtjes beginnen, maar zich daarna als een olievlek aan ernstig bedreigende teksten verspreiden. Het vraagt om betrokkenheid van de OvJ. Moet ik nieuwe strafbare feiten ten laste leggen? Moet iemand in voorlopige hechtenis genomen worden, of kan de verdachte thuis de zitting afwachten? Dat laatste gebeurt vaak onder schorsende voorwaarden zoals meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek en een contactverbod met het slachtoffer. Houd je je daar niet aan, dan weegt zoiets uiteraard mee in de overweging om de schorsing te laten opheffen tot aan de zitting. Zeker bij belaging, want dit soort zaken zijn erg zwaar voor het slachtoffer."

Van zaak tot zitting
"Als officier moet je de regie houden van begin tot eind, van zaak tot zitting. De lijnen met politie, reclassering en slachtofferhulp zijn kort. Aan het begin moet je vaak snel schakelen met weinig informatie. Dat vult zich geleidelijk aan met nieuwe rapportages, informatie of bewijs. Niet elke zaak gaat direct naar zitting. Soms is er aanvullend politieonderzoek of een persoonlijkheidsrapport nodig. En soms kun je het op een andere creatieve manier afdoen. Door voorwaardelijk te seponeren of iemand niet te dagvaarden, maar een reprimande te geven. Bijvoorbeeld bij jongeren die voor het eerst diefstal plegen." 

Het achterliggende verhaal
"Zonder af te doen aan de ernst van het feit, vind ik het belangrijk dat er ruimte is voor het verhaal van een verdachte. Zegt een verdachte oprecht dat het hem spijt? Dat hij het verschrikkelijk vindt wat hij een ander heeft aangedaan? Ik vind dat deze emoties de ruimte moet krijgen tijdens een zitting. Welgemeende spijt is je schuld erkennen, je verantwoordelijkheid nemen. Dat doet óók recht aan het slachtoffer die daarmee erkenning van zijn leed krijgt."

"Ik kijk altijd naar de persoon: wie heb ik voor me? Wat is het achterliggende verhaal? Bijvoorbeeld bij een zaak van een jonge vrouw die op de fiets was aangereden. Ze brak haar rug en moest 2 jaar revalideren. Op de zitting bleek dat de man die het ongeluk veroorzaakt had, daar helemaal kapot van was. Hij durfde sinds het ongeval niet meer te rijden en voelde zich vreselijk schuldig. Op mijn vraag waarom hij dan nooit had geprobeerd contact op te nemen, bleek dat de politie dat had afgehouden." 

"Voor het slachtoffer was zijn verdriet en het feit dat hij geprobeerd had om haar te bereiken alles wat ze wilde horen. Na afloop dronken ze samen een kop koffie. Het delen van hun ervaring hielp hen beiden. Als officier bepaal je of iemand vervolgd wordt, maar je kunt ook besluiten een zaak te seponeren. We moeten altijd kritisch blijven op de context en niet alleen mechanisch een dossier beoordelen. 

‘Ik wil begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen. Dat is relevant voor mijn strafeis.’

De strafeis: vergelding of een kans 
"Ik wil begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen. Dat is relevant voor mijn strafeis. Iedereen handelt vanuit zijn eigen werkelijkheid, menselijk gedrag vindt nooit plaats in een vacuüm. De persoonlijke context van een strafzaak vind ik daarom van groot belang. Het bewijs en de afweging horen bij elkaar, om daar de juiste balans in te vinden is wat mij drijft als officier." 

"Het is niet zo dat gelijksoortige zaken per definitie dezelfde strafeis hebben. Natuurlijk zijn er richtlijnen. Je moet niet in Groningen 6 maanden gevangenis krijgen voor iets waar je in Amsterdam een taakstraf voor krijgt. Maar naast de richtlijnen maak je je eigen afweging. Hoe groot of klein de zaak ook is, dat is voor mij minstens zo belangrijk als het bewijs. Zijn het slachtoffer en de samenleving gebaat bij de straf? Of ligt er een hulpvraag? Een straf - zeker als het een voorwaardelijke straf is - kun je ook zien als stok achter de deur, als waarschuwing óf als kans."

De afloop
"De verdachte in de belagingszaak hield zich niet aan de opgelegde voorwaarden, en kwam niet opdagen bij de zitting en bleek onvindbaar. Dan sta je in feite machteloos. Ik wilde op zitting het gesprek met de verdachte aangaan, om uiteindelijk ook te kunnen bepalen wat de meest passende straf zou zijn. Is een taakstraf met een contactverbod voldoende of moet er een gevangenisstraf volgen? Mede door zijn gedrag is het uiteindelijk tot het laatste gekomen. Maar ik had graag zijn verklaring gehoord."

Over Karima Hara
Karima Hara is als Officier van Justitie werkzaam bij het arrondissementsparket van Amsterdam. Via de advocatuur en het ministerie van Justitie en Veiligheid is zij uiteindelijk bij het OM terechtgekomen. "Het past niet bij me om een eenzijdig belang te dienen. Zonder af te doen aan de ernst van een feit, vind ik het belangrijk dat er naast het bewijs, ruimte is voor de context en het verhaal van een verdachte."

Powered by Emply